gaat
/χaːt/
Wat is de betekenis van gaat?
gaat betekent: tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van gaan
Betekenis
werkwoord
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van gaan
- derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van gaan
- gebiedende wijs meervoud van gaan
Voorbeelden van "gaat" in een zin
- Jij gaat.
- Hij gaat.
- Gaat!
- Als je alleen op pad gaat zijn er ook risico’s en verleidingen. Zo zou ik van een berg af kunnen vallen, opgegeten kunnen worden door een beer of een wel heel erg leuke vrouw tegen kunnen komen.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek