gaat

/χaːt/

Wat is de betekenis van gaat?

gaat betekent: tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van gaan

Betekenis

werkwoord
  1. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van gaan
  2. derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van gaan
  3. verouderd_in_het_nederlands, woorden met artikelreferenties, woorden met boekreferenties gebiedende wijs meervoud van gaan

Voorbeelden van "gaat" in een zin

  • Jij gaat.
  • Hij gaat.
  • Gaat!
  • Als je alleen op pad gaat zijn er ook risico’s en verleidingen. Zo zou ik van een berg af kunnen vallen, opgegeten kunnen worden door een beer of een wel heel erg leuke vrouw tegen kunnen komen.