gade

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈɣadə/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. formeel (formeel) echtgenoot, echtgenote
    Zij schreed met haar gade de zaal binnen.
zelfstandig naamwoord
  1. alleen als deel van scheidbaar samengesteld werkwoord gadeslaan: aandacht, acht
    Hij sloeg het schouwspel met genoegen gade.

Etymologie

* In de betekenis van ‘echtgenoot, echtgenote’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1357

Vertalingen

Engelsspouse
Fransépoux, épouse
DuitsGatte, Gattin, Ehepartner
Spaanscónyuge, esposo, esposa
Italiaanssposo, sposa
Portugeescónjuge, esposo, esposa
Russischсупруг, супруга
Chinees配偶者
Japans配偶者, はいぐうしゃ
Koreaans배우자, 配偶者
Turks
Poolsmałżonek, małżonka
Deensægtefælle