gadogado

mannelijk (de)/ɡadoˈɡado/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. kookkunst (kookkunst) Indonesisch gerecht uit licht gekookte of gestoomde groenten met pindasaus
    De gadogado van mijn vrouw ziet er ook goed uit en is erg smakelijk, hoor ik.

Etymologie

*van "gado-gado"