galg
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈɣɑlᵊx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (juridisch) houten constructie bestaande uit één of meer staande balken met een horizontale balk haaks daarop en één of meer diagonale balken ter ondersteuning, in het verleden veel gebruikt om mensen door ophanging ter dood te brengen
Etymologie
*van Middelnederlands "galge", in de betekenis van ‘strafwerktuig voor ophanging’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1240
Uitdrukkingen
- Het is boter aan de galg [gesmeerd] — Het is vergeefse moeite
- Iemand aan de galg praten — Ervoor zorgen dat het iemand slecht vergaat
- Voor galg en rad opgroeien — Niet of helemaal verkeerd opgevoed worden
Vertalingen
Engelsgallows
Franspotence
Russischвиселица
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek