galoppade

vrouwelijk (de)/ɣalɔˈpadə/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. keer dat een paard of pony galoppeert
    Gal was op Totilas met 90,893% weer een klasse apart. Totilas liet weliswaar een onbedoelde galoppade zien en maakte nog een paar schoonheidsfoutjes, maar toonde vooral op de lastigere passages, piaffes en traversen zijn kunnen.

Etymologie

*van "galopade"

Vertalingen

Engelsgallopade, gallop