gannef
mannelijk (de)/ˈɣɑnəf/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (Bargoens), meestal (scheldwoord) dief, oplichter, schurkAlles is gejat door die gannef!
- meestal (schertsend) boef, schelm (over kinderen die op een slimme manier toch hun zin krijgen)
Etymologie
* via גנבֿ (ganef) "dief, oplichter" van גַּנָּב (ganáv) "dief"
Vertalingen
Engelsganef, gonoph
DuitsGanove
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek