gannef

mannelijk (de)/ˈɣɑnəf/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. scheldwoord (Bargoens), meestal (scheldwoord) dief, oplichter, schurk
    Alles is gejat door die gannef!
  2. schertsend meestal (schertsend) boef, schelm (over kinderen die op een slimme manier toch hun zin krijgen)

Etymologie

* via גנבֿ (ganef) "dief, oplichter" van גַּנָּב (ganáv) "dief"

Vertalingen

Engelsganef, gonoph
DuitsGanove