Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

gansrijder

mannelijk (de)/หˆษกษ‘nsrษ›idษ™r/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. persoon die als vermaak probeert om rijdend op een paard de kop van een opgehangen gans af te trekken
    Een pentekening van de Zandvlietse kunstenaar Albert De Vree siert de muur en toont Stanny als gansrijder op het moment dat hij voor de eerste keer de kop trekt. Uitgelaten, schreeuwend van vreugde!

Etymologie

* van "gansrijden" of samenstellende afleiding uit "gans" en "rijden"