Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

ganteren

/Ι£Ι‘nˈterΙ™(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov, kleding (ov) (kleding) handschoenen dragen, als handschoenen passen
    {{ouds|1935/46
  2. refl, kleding (refl) (kleding) handschoenen aandoen
    Aan het einde van de tweede en derde week had de heer Adeler dus oneindig meer een soort Titus-gevoel gehad dan in het begin, maar tegelijk met deze aangename gewaarwording begon hem nu en dan een ander vreemd gevoel te bekruipen, een zeker lastig kloppen, een benauwend iets in zijn keel, vooral wanneer de post uit Holland hem een zeer bijzonder briefje bracht met vreemdsoortig gevormde letters, als had mama een klein, welbekend handje vastgehouden en als hadden zich die beide handjes β€” mama ganteerde zich ’s zomers 6 en ’s winters 5 ΒΎ β€” uitgestrekt om zeker iemand terug te halen.

Etymologie

*van "ganter" of terugvorming van "geganteerd", aangezien die vorm veel gangbaarder is