woorden
boek
Start
›
G
›
garagedeur
garagedeur
mannelijk/vrouwelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
een deur die toegang geeft tot de garage
De auto was te hoog en kon niet door de garagedeur naar binnen.
Vertalingen
Duits
Garagentor, Garagentür
Verwante woorden
garage
garage-eigenaar
garage-eigenaren
garagebedrijf
garagebedrijven
garagebezoek
garagebox
garageboxen
garagebranche
garagecomplex
garagedak
garagedek
Bron:
OpenTaal
&
WikiWoordenboek
← garagedekken
garagedeuren →