Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

garfhoop

mannelijk (de)/ɣɑrfhop/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. landbouw, verouderd (landbouw), (verouderd) een hoop vers afgesneden (rogge)halmen die klaarliggen om gebundeld te worden
    De pikke in d'eene, den haak in de andere hand, gaan de slagen regelmatig; de halmen tegen den wortel afgesneden, reuzelen over malkaar, worden met den haak opgevangen, in garfhoop achteruitgetrokken, waar ze in reek gereed liggen om gebonden te worden.