woorden
boek
Start
›
G
›
garoe
garoe
mannelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
fijngestampte bast van de garoeboom dat men medicinaal gebruikt in een zalf
Etymologie
*uit het Indisch
Bron:
OpenTaal
&
WikiWoordenboek
← Garnwerd
Garrelsweer →