gasoven

mannelijk (de)/ˈɣɑsovə(n)/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een door gas verhitte oven
    De meeste huishoudelijke ovens waren vroeger gasovens maar tegenwoordig zijn het meestal elektrische ovens
    Alles zal alleen nog maar erger worden: zijn in braille uitgevoerde studieboeken (zoals de gebloemleesde Tachtigers die al enkele meters gangruimte beslaan) worden meegenomen door een in oud-papierhandelende zwerver, bij het aansteken van de gasoven in de keuken van zijn verlaten studentenflat verschroeit hij zijn wimpers en voortdurend is hij van alles kwijt. NRC Elsbeth Etty 6 april 2001