gastarbeider
mannelijk (de)/ˈɣɑstɑrbɛidər/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (beroep) iemand die tijdelijk naar een ander land komt om daar arbeid te verrichtenDit zijn de woorden van de 27-jarige Spaanse gastarbeider José Luis Lorenzo. In Hattingen werkt hij als lorry-bestuurdcr in een fabriek van machines in Sprockhövel by Hattingen in het Roergebied.De vader van Ahmed Marcouch werkte als gastarbeider in Nederland.
- (eufemisme) dwangarbeider, die in arbeidskampen in Nazi-Duitsland tewerk werd gesteld.Weliswaar had men reeds een groot aantal vreemde werkkrachten in dienst, doch dat waren in hoofdzaak krijgsgevangenen en Polen, die niet met den West-Europeeschen arbeider werden gelijkgesteld. Bij den werker uit het Westen ging men van het standpunt uit, dat hij gast-arbeider was. Iemand dus, die werd uitgenoodigd en vrijwillig kwam. Daarom wilde men hem de grootst mogelijke vrijheid verleenen.
Etymologie
**[2] eufemisme voor (Nederlandse) dwangarbeider in Nazi-Duitsland, voor het eerst aangetroffen in 1944 (zie vindplaats hieronder)
Vertalingen
Engelsguest worker
Franstravailleur invité
DuitsGastarbeiter
Spaanstrabajador invitado
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek