gastenhuis

onzijdig (het)

Wat is de betekenis van gastenhuis?

gastenhuis betekent: gebouw waar de gasten kunnen verblijven; gebouw waar gasten kunnen worden ontvangen

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. gebouw waar de gasten kunnen verblijven; gebouw waar gasten kunnen worden ontvangen

Voorbeelden van "gastenhuis" in een zin

  • Alle slaapalkoven in de grote zaal waren voor gasten en bedienden. Het gastpaar Lauritz en Ingeborg verbleef vermoedelijk in het gastenhuisje.