gastenhuis
onzijdig (het)
Wat is de betekenis van gastenhuis?
gastenhuis betekent: gebouw waar de gasten kunnen verblijven; gebouw waar gasten kunnen worden ontvangen
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- gebouw waar de gasten kunnen verblijven; gebouw waar gasten kunnen worden ontvangen
Voorbeelden van "gastenhuis" in een zin
- Alle slaapalkoven in de grote zaal waren voor gasten en bedienden. Het gastpaar Lauritz en Ingeborg verbleef vermoedelijk in het gastenhuisje.
Veelgestelde vragen over gastenhuis
Wat is de betekenis van gastenhuis?
gastenhuis betekent: gebouw waar de gasten kunnen verblijven; gebouw waar gasten kunnen worden ontvangen
Welk woordgeslacht heeft gastenhuis?
gastenhuis is een onzijdig (het).
Wat zijn synoniemen van gastenhuis?
Synoniemen van gastenhuis zijn: gastenverblijf.
Hoe gebruik je gastenhuis in een zin?
Voorbeeld: “Alle slaapalkoven in de grote zaal waren voor gasten en bedienden. Het gastpaar Lauritz en Ingeborg verbleef vermoedelijk in het gastenhuisje.”
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek