Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.
gastriloog
mannelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (beroep) buikspreker
Etymologie
*afgeleid van het Griekse 'gastèr' (2e nv. gastros) (maag, buik)
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek
Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.
*afgeleid van het Griekse 'gastèr' (2e nv. gastros) (maag, buik)