gastvrijheid

vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. hartelijkheid voor gasten
    Jaren later liep ik op mijn 42ste de 88 Tempels Trail, een pelgrimstocht van 1.300 kilometer door Japan. Daar ondervond ik voor het eerst hoe verslavend lopen kan zijn. De Japanse bergen, tempels en gastvrijheid waren indrukwekkend.

Etymologie

*afgeleid van gastvrij

Vertalingen

Engelshospitality
Franshospitalité
DuitsGastfreiheit, Gastfreundlichkeit
Spaanshospitalidad