gaucho

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. Latijns-Amerikaanse cowboys van Spaanse afkomst
    De machtige Argentijnse adelaar heeft Peron eveneens van het papiergeld verdrongen. Macri versloeg de traditioneel machtige peronistische stroming tijdens de afgelopen verkiezingen. Voor biljetten blijven de nog altijd door Groot-Brittannië betwiste Malvinas (Falklands) en de gaucho-paardenrijders.de Telegraaf 20 jan. 2016
    De eigenzinnige gaúchos (bijnaam van de locals) zijn naast hun geschiedenis ook trots op hun eet- en drinkcultuur. We maken er even verderop kennis mee in de Mercado Público, een geurige markthal vol kramen met barbecuevlees, maté, kazen en wijnen.de Telegraaf KIERAN KAAL 10 jun. 2014

Etymologie

* uit het Spaans

Vertalingen

Engelsgaucho