gebarentolk

mannelijk (de)/ɣəˈbarə(n)ˌtɔlᵊk/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. beroep (beroep) iemand die de boodschap van een spreker omzet in gebarentaal voor doven en slechthorenden
    De gebarentolk werkt sinds 2005 voor de NOS, maar haar deelname aan de persconferenties over de coronacrisis zorgden voor haar doorbraak bij het grote publiek.