gebedskleed
onzijdig (het)/ɣəˈbɛtsklet/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (religie) talliet, gebedsmantel, rechthoekige omslagdoek met een draadje aan elke hoek, gedragen tijdens het ochtendgebedIk ben even naar sjoel geweest «n een gedienstige en wellicht ook godsdienstige, heeft me er op gewezen, dat ik me met het gebedskleed verkeerd had omhuld.
- (religie) talliet katan, arba kanfot rechthoekige doek met een draadje aan elke hoek en een gat in het midden om het hoofd door te steken, die onder bovenkleding kan worden gedragenOnder het colbert zijn de uiteinden te zien van het kleine gebedskleed waarin de rabbijn de dagelijkse gebeden uitspreekt.
- (religie) (christelijk) gewaad dat geestelijken tijdens een gebedsdienst dragenEén zuster zit achter het kerkorgel, een andere dirigeert, de twintig overigen staand wiegend in hun witte gebedskleed met de koorboeken in hun handen.
- (religie) (islamitisch) "sadjada", mat waarop een moslim knielt tijdens het gebedStraks gaat de zon onder en dan zullen zij devoot neerknielen op het reeds gespreide gebedskleed en in dank voor Allah en zijn profeet
Etymologie
* die kan worden opgevat als genitiefuitgang
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek