woorden
boek
Start
›
G
›
gebel
gebel
onzijdig (het)
/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
het aanhoudend bellen of schellen
Het continue gebel in de klas was heel irritant.
Etymologie
* van bellen
Synoniemen
getelefoneer
Bron:
OpenTaal
&
WikiWoordenboek
← gebekvecht
gebeld →