geboorte

vrouwelijk (de)/ɣəˈbortə/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. bevalling, actie waarbij een organisme uit zijn/haar moeder komt en aan zijn zelfstandige leven begint
    Bij zijn geboorte, nog geen 24 uur later, was hij zwaarder dan zijn zus was geweest.
  2. een beginpunt
    Dat was de geboorte van een nieuw tijdperk.
  3. bouwkunde (bouwkunde) onderste deel van een boog of gewelf

Etymologie

* van baren , met een vergelijkbaar vocalisme als geboren

Vertalingen

Engelsbirth
Fransnaissance
Spaansnacimiento, natividad
Poolsporód, narodziny