gebouw
onzijdig (het)/ɣəˈbɑu/
Wat is de betekenis van gebouw?
gebouw betekent: (bouwkunde) een constructie van enige omvang die verbonden is met de grond en waarin men kan wonen of werken
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (bouwkunde) een constructie van enige omvang die verbonden is met de grond en waarin men kan wonen of werken
Voorbeelden van "gebouw" in een zin
- Dit gebouw is in jugendstil opgetrokken.
- Er komen oude twijfels naar boven nu het gebouw langzaam wordt onthuld, en ze merkt dat ze er nog steeds bang voor is.
- Op de zijkant van het geschetste gebouw heeft Otto ook iets geschreven.
Etymologie
*Afgeleid van de stam van bouwen
Vertalingen
Engelsbuilding
Fransbâtiment
DuitsGebäude
Spaansedificio, construcción
Italiaansedificio, palazzo
Portugeesedifício
Russischздание, строение, постройка
Zweedsbygge, byggnad, hus
Deensbygning
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek