gebracht

/ɣəˈbrɑxt/

Betekenis

werkwoord
  1. dat iets of iemand ergens is bezorgd
    Ik ruim de door de bezorgdienst gebrachte goederen direct op in de kast.
  2. dat iets of iemand je wat heeft opgeleverd
    Door de jaren heen ben ik erg effectief geworden om deadlines te halen, maar dat gaat soms ten koste van de sfeer in het team op mijn werk. Hierdoor heb ik een vreemde haat-liefdeverhouding gekregen met effectiviteit, omdat het me veel heeft gebracht maar niet altijd even gezellig is voor mensen om mij heen.