gebrek
onzijdig (het)/xxxx/
Wat is de betekenis van gebrek?
gebrek betekent: een tekort
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een tekort
- een defect, een mankement
Voorbeelden van "gebrek" in een zin
- Er is een gebrek aan voedsel.
- Vanwege het gebrek aan steun echter moesten mijn enkels erg wennen aan het oneffen terrein.
- Ze sloot haar ogen, zich verzettend tegen de mogelijke schade die dit schilderij, of Isaacs gebrek aan talent, haar hart zou kunnen berokkenen.
- De voorzieningenrechter stelde in juli dat de inhoud van het rapport op twee punten onzorgvuldig was, maar dat de gebreken niet zo groot waren dat het hele rapport onrechtmatig was.
Etymologie
* In de betekenis van ‘gemis, kwaal’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1265
Uitdrukkingen
- gebrek hebben aan
Vertalingen
Engelslack, absence, shortage
Franspénurie, manque, défaut
DuitsMangel, Mangel, Gebrechen
Spaansfalta, insuficiencia, mal
Deensmangel
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek