gebrul
onzijdig (het)/ɣəˈbrʏl/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- het lawaai dat vooral roofdieren met hun adem makenHet gebrul van de leeuw was van een grote afstand te horen.Het gebrul van de voetbalfans na het maken van een doelpunt was oorverdovend.
Etymologie
* van brullen
Vertalingen
Spaansbramido, rugido
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek