gedaante
vrouwelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een menselijk figuurBovenop de heuvel verscheen een imposant gedaante.Hij knipoogde vet en gebaarde zogenaamd opvallend met zijn dikke hoofd in de richting van de deur, waar op dat moment de frêle gedaante van een lange, magere vrouw in een lange, witte jurk de Chinese kamer binnenzweefde.
- een uitwendige verschijningZeus nam de gedaante van een zwaan aan.
Etymologie
* van doen
Vertalingen
Engelsform, shape
Spaansbulto, forma
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek