gedaante

vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een menselijk figuur
    Bovenop de heuvel verscheen een imposant gedaante.
    Hij knipoogde vet en gebaarde zogenaamd opvallend met zijn dikke hoofd in de richting van de deur, waar op dat moment de frêle gedaante van een lange, magere vrouw in een lange, witte jurk de Chinese kamer binnenzweefde.
  2. een uitwendige verschijning
    Zeus nam de gedaante van een zwaan aan.

Etymologie

* van doen

Vertalingen

Engelsform, shape
Spaansbulto, forma