gedachteloosheid
vrouwelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- het gedachteloos zijnDe gedachteloosheid van de verstrooide professor was slechts schijn. Hij dacht wel na maar niet over de dagelijkse problemen des levens.
Etymologie
* afgeleid van gedachteloos
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek