gedijen
/ɣə'dɛɪə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (erga) voorspoedig groeienSuikerriet gedijt uitstekend in dat warme, vochtige klimaat.
Etymologie
*Afkomstig van het Oudnederlandse thīon
Uitdrukkingen
- Gestolen goed gedijt niet. — gestolen zaken brengen nooit voordeel
Vertalingen
Engelsthrive
Fransprospérer
Spaansprosperar
Deenstrives
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek