gedonder
onzijdig (het)/ɣəˈdɔndər/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- het geluid van donderslagenIk hoorde gedonder in de verte; ik hoop niet dat we een bui gaan krijgen.
- (pejoratief) als ongewenst en ergerlijk ervaren gedragIs dat gedonder nou nog niet afgelopen?
Etymologie
*Afgeleid van donder
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek