Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.
geel bietencystenaaltje
onzijdig (het)/plaatshouder taxonomie/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (wormen) een , dat als endoparasiet bieten, spinazie, spruitkool, koolzaad, stoppelknollen en rabarber parasiteert. De groenbemestingsgewassen bladrammenas en gele mosterd worden ook aangetast door het geel bietencystenaaltje. Van de vlinderbloemigen worden sperzieboon, tuinboon, wikke en enkele klavers. Op de erwt kan het aaltje zich niet vermeerderen, maar tast deze wel aan. Verdere waardplanten zijn ganzenvoeten en veel kruisbloemigen, waaronder knopherik, zuring, vogelmuur en anjer
Etymologie
* , (coll)
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek