Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

geelgroene struikgors

mannelijk/vrouwelijk (de)/plaatshouder taxonomie/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. zangvogels (zangvogels) een zangvogel uit de familie Amerikaanse gorzen. Deze soort is endemisch in de vochtige bergwouden van westelijk Panama

Etymologie

*(coll)