Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.
geelgroene struikgors
mannelijk/vrouwelijk (de)/plaatshouder taxonomie/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (zangvogels) een zangvogel uit de familie Amerikaanse gorzen. Deze soort is endemisch in de vochtige bergwouden van westelijk Panama
Etymologie
*(coll)
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek