geelhart
mannelijk (de)/ˈɣelhɑrt/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (bloemplanten) bepaald soort boom uit Zuid-Amerika, uit de familie , gekweekt om het hout en de vruchten
- (materiaalkunde) hout van een bepaald soort in Suriname en Guyana groeiende boom, uit de familie
Etymologie
*, naar de kleur van het binnenste van de stam
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek