geelhart

mannelijk (de)/ˈɣelhɑrt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. bloemplanten (bloemplanten) bepaald soort boom uit Zuid-Amerika, uit de familie , gekweekt om het hout en de vruchten
  2. materiaalkunde (materiaalkunde) hout van een bepaald soort in Suriname en Guyana groeiende boom, uit de familie

Etymologie

*, naar de kleur van het binnenste van de stam