Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.
geer tsedek
mannelijk/vrouwelijk (de)/Ι‘er 'tsΙdΙk/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- niet-joodse man die volledig is overgegaan tot het jodendom, proseliet
Etymologie
* Herkomst: Hebreeuws, letterlijk: 'rechtvaardige vreemdeling, bekeerling'
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek