geestelijkheid

vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. de gezamenlijke geestelijken (persoon die, vaak door een bepaalde religieuze wijding, de bevoegdheid heeft gekregen om godsdienstonderricht te geven en/of bepaalde gewijde handelingen te verrichten en/of religieuze bestuursfuncties uit te oefenen)
    Met steun uit Saoedi-Arabië werd een hele generatie in een buitenissige vorm van islam gedrenkt. Nu strijdt het rijk van Salman Al-Saud tegen zijn radicaalste discipelen: IS. Gaat hij ook hun ideologie - die van zijn geestelijkheid - bevechten?.Volkskrant Rob Vreeken 2 mei 2015

Etymologie

* afgeleid van geestelijk

Vertalingen

Engelsclergy