geestigheid

vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een grappige opmerking,
    Het antwoord onder zijn kin luidde: “nee, ben Morgan Freeman”. Een geestigheid die zeker op een glimlach mijnerzijds kon rekenen.[http://campus.thepostonline.nl/column/zure-trendwatchers/#more-112678 thepostonline.nl, 24-01-2013]
  2. het geestig, grappig zijn
    Een weinig gezond verstand zou veel geestigheid wegvagen.[http://www.digibron.nl/search/detail/012db9da26cb6e91873315a7/geestigheid digibron.nl]

Etymologie

*afgeleid van geestig

Vertalingen

Engelswitticism
Spaansagudeza, chiste, embuchado