gegiebel

onzijdig (het)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. aanhoudend, heimelijk lachen om kleinigheden (zoals gebruikelijk is tussen meisjes en jonge vrouwen)
    Om één voorbeeld te noemen: wat is de zin van het gegiebel en de soms pikante opmerkingen die bijna dagelijks door omroepers worden gemaakt tijdens de –serieuze– uitzending op Radio 1 tussen twaalf en één?Reformatorisch Dagblad 09-03-2016 [https://www.rd.nl/opinie/commentaar/commentaar-mediawet-biedt-nog-alle-ruimte-voor-plat-amusement-1.532277 Commentaar: Mediawet biedt nog alle ruimte voor plat amusement ]
    Iedereen is dol op het zoete, bescheiden plattelandsmeisje dat goed kan voetballen en kirt bij het proeven van vers gerookte witvis. Het is onvermijdelijk om van Suzu te gaan houden. Voor de zussen, de kokkin, de coach en voor de kijker. Met elk shot van een herfstblaadje, een schooltas of gegiebel aan tafel, daalt de liefde ongemerkt dichter en warmer op je neer.Tubantia Our Little Sister: Een warm bad van zusterliefde [https://www.tubantia.nl/show/our-little-sister-een-warm-bad-van-zusterliefde~a39c1a2d/ Tisha Eetgerink 17-12-2015 ]

Etymologie

* van giebelen