gegoed
ɣəˈɣut
Wat is de betekenis van gegoed?
gegoed betekent: voorzien zijn van ruime financiële en andere middelen
Betekenis
bijvoeglijk naamwoord
- voorzien zijn van ruime financiële en andere middelen
Voorbeelden van "gegoed" in een zin
- De gegoede man kon rustig rentenieren.
Etymologie
oorspronkelijk een vervoeging van goeden: de stam met omvoegsel ge- -d, zonder -d omdat de stam al op -d eindigt, maar na het in onbruik raken van dit werkwoord opgevat als pseudodeelwoord afgeleid van goed zn met het omvoegsel ge- -d; in de betekenis van ‘welgesteld’ voor het eerst aangetroffen in
Vertalingen
Engelsin easy circumstances, well-to-do
Spaansacaudalado, acomodado, adinerado
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek