gegriefdheid

vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. de mate waarin iemand zich beledigd voelt; de mate waarin men zich gekwetst voelt
    Het gevoel van gegriefdheid was verdwenen.

Etymologie

* afleiding van gegriefd

Vertalingen

Engelstetchiness, surliness, spite