gehaastheid

vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het gevoel dat men snel moet handelen omdat men te weinig tijd heeft
    Op de trail verloor ik mijn gehaastheid en kreeg ik een nieuw gevoel voor tijd. Zo werd ik wakker als de zon opkwam en ging ik slapen als het donker werd. De dagen smolten in elkaar, zonder enige notie welke dag van de week het was.
    Ik bestudeer de stenen, terwijl mijn dochter haar huishouden op afstand bestuurt. Het klinkt, ondanks de gehaastheid, geruststellend, terwijl ik levens van soms een paar woorden - omdat ik niet alles kan vertalen - aan me voorbij zie gaan.

Etymologie

* afleiding van gehaast