gehaktdag
mannelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- dag dat gehakt extra goedkoop gekocht kan worden bij een slager
- de dag dat de overheid zich moet verantwoorden over de gedane uitgaven naar aanleiding van een verslag van de Algemene Rekenkamer; de derde woensdag van mei
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek