geheel

onzijdig (het)/ɣəˈhel/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. alle delen zonder uitzondering
    Het geheel is vaak meer dan de som van de delen.

Etymologie

*afgeleid van heel

Uitdrukkingen

  • Een goede gevel versiert het (gehele) huis
  • Een rotte appel in de mand maakt de gehele vrucht tot schand
  • Geeft men hem de vinger, dan neemt hij de gehele hand

Vertalingen

Engelswhole, entire, total
DuitsGänze, Ganze, Ganzheit
Spaansconjunto, entero, todo
Poolscałość