gehoorafstand

mannelijk (de)/ɣəˈhorɑfstɑnt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een afstand die klein genoeg is om het gesproken woord te kunnen verstaan
    Daar zag hij zijn vader met driftige pas over de brug komen, Bintje en de rest ver vooruit, hij zag hem groter worden op de kade en wist hem toen binnen gehoorafstand.
    Compas doet ook een beroep op gemeenten en burgemeesters om de intimidatie bij de klinieken te stoppen. "De demonstranten moeten nu soms aan de andere kant van de weg gaan staan, maar dat is niet voldoende. Er moeten bufferzones komen waardoor ze buiten gezichts- en gehoorafstand blijven."