gehoorschade

mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. medisch (medisch) verslechtering of verstoring van het gehoor bijv. door te lange blootstelling aan hard geluid
    Veel gehoorschade onder bouwvakkers [http://www.nu.nl/binnenland/4312757/veel-gehoorschade-bouwvakkers.html www.nu.nl]
    "Kwart van jongeren heeft vorm van gehoorschade" [http://www.nu.nl/gezondheid/4648779/kwart-van-jongeren-heeft-vorm-van-gehoorschade.html www.nu.nl]

Vertalingen

Spaanssordera