gehucht
onzijdig (het)/ɣəˈhʏxt/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een aantal bij elkaar staande huizen op het platteland qua grootte gelegen tussen een dorp en een buurtgemeenschapAl dat eten stuurde ik vervolgens in zeven verschillende postdozen naar mezelf vooruit, omdat de trail alleen maar door de wildernis trok en de voedselprijzen erg hoog waren in de gehuchten waar ik af en toe langs zou komen.
Etymologie
* In de betekenis van ‘klein dorpje’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1272
Vertalingen
Engelshamlet
Franshameau
DuitsWeiler
Spaansaldea
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek