geilheid
vrouwelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- het geil zijn, de wellustigheid
- van gewassen, bomen, planten enz.: weelderigheid ?
Etymologie
*afgeleid van geil
Vertalingen
Spaanslujuria, voluptuosidad
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek
*afgeleid van geil