gein
mannelijk (de)/ɣɛin/
Wat is de betekenis van gein?
gein betekent: plezier, lol
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- plezier, lol
Voorbeelden van "gein" in een zin
- Zij hadden een heleboel gein met elkaar.
- Ze hadden er hun ‘gein’ in hem te treiteren.
Etymologie
* Herkomst: Jiddisj
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek