geiser

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een periodiek naar buiten spuitende bron van water en stoom.
    Op IJsland zijn er diverse geisers.
  2. een apparaat dat warm water kan leveren, bijvoorbeeld met gas of elektriciteit.
    De waakvlam van de geiser moet blijven branden.

Etymologie

* Leenwoord uit het IJslands, in de betekenis van ‘warme springbron’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1832