gejongleer
onzijdig (het)/ɣəjɔŋˈler/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- voorwerpen gelijktijdig in de lucht houden door ze behendig beurtelings op te gooienHet gejongleer met brandende fakkels leek haar gevaarlijk
- (figuurlijk) door snel opeenvolgende veranderingen onoverzichtelijk gemaakte werkwijzeDoor maandenlang gejongleer met rapportages kon hij zijn opdrachtgever bedriegen.
Etymologie
* van jongleren
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek