woorden
boek
Start
›
G
›
gejuich
gejuich
onzijdig (het)
/ɣəˈjœyx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
het aanhoudend juichen
Het gejuich van de supporters was werkelijk overweldigend.
Etymologie
* van juichen .
Vertalingen
Duits
Jubel
Verwante woorden
gejubel
gejubeld
gejubileerd
gejudast
gejudood
gejuicht
gejukt
gejureerd
gejusteerd
gejut
gejutte
Bron:
OpenTaal
&
WikiWoordenboek
← gejudood
gejuicht →