gekeperd

/ɣəˈkepərt/

Betekenis

werkwoord
  1. met een keper geweven, zodanig dat de draden van de inslag zich niet rechthoekig, maar schuins vertonen
    Ik heb een aantal gekeperde stoffen.
  2. heraldiek (heraldiek) over de volle breedte en hoogte bedekt met een aangegeven aantal stroken in de vorm van een omgekeerde V
    Golvend gekeperd van acht stukken, zilver en azuur; een hartschild van keel met een beurtelings gekanteelde dwarsbalk van zilver en een versmalde zoom van goud.